Een universiteit is spelverdeler van het debat, geen deelnemer. Antwoord aan Alicja Gescinska.

Alicja Gescinska heeft in haar jongste column gelijk dat ‘whataboutism’ een hinderlijke dooddoener is in discussies. In plaats van op inhoudelijke argumenten in te gaan, werpt iemand tegen: ‘Maar waarom heb je het dáár [vul je favoriete onderwerp in] niet over?’ Tijd is een schaars goed, en niemand kan zich met alle problemen in de wereld bezighouden, tenzij je Etienne Vermeersch heet. Elke academicus, ook als die toevallig rector is, heeft de vrijheid om zich in bepaalde onderwerpen te verdiepen en andere links te laten liggen.

Een heel ander paar mouwen is het wanneer rectoren zich uitspreken in naam van hun instellingen over omstreden onderwerpen. Als ze er dan voor kiezen om zich over één conflict uit te spreken, en alle andere te negeren, bekennen ze daarmee onvermijdelijk politieke kleur. Daarop wijzen is geen whataboutism, omdat universiteiten geen personen zijn.

De inhoud van hun stuk over Gaza toont de valkuilen van zulke interventies aan. De rectoren eisen een “volledig staakt-het-vuren” en “onvoorwaardelijke humanitaire hulp”, zonder het woord “gijzelaars” zelfs maar te vermelden. Hun eisen zijn gericht aan één strijdende partij (Israël), die ze willen straffen door opschorting van het Europese Associatieverdrag.

Dan kan je niet anders dan besluiten dat ze partij kiezen in een conflict. Elke academicus heeft daar het recht toe, maar het is kwalijk wanneer rectoren dat in naam van hun instelling doen, omdat ze daarmee stelling nemen tegen een deel van hun eigen onderzoekers.

Toen ik zelf een petitie lanceerde tegen de kernuitstap, hebben verschillende (vice)rectoren die mede ondertekend. Maar dat was telkens en uitdrukkelijk op persoonlijke titel, niet namens hun instelling. Je kunt van een universiteit niet verwachten dat ze zich uitspreekt voor of tegen kernenergie, want daarover bestaat onenigheid onder hun eigen onderzoekers, die ze moeten respecteren.

De universiteit is een spelverdeler van het debat, geen politieke lobby of belangengroep. Als rectoren zich in hoofde van hun functie uitspreken over controversiële onderwerpen, ondermijnen ze daarmee het vertrouwen in de neutraliteit van hun instelling. Het schept ook een precedent, want activisten kunnen de rectoren in de toekomst voor de voeten werpen: “Toen heb je je wel tegen X uitgesproken, waarom niet tegen Y?”

De rectoren zouden beter een voorbeeld nemen aan de universiteit van Chicago, die in haar invloedrijke Kalven Report het principe van strikte institutionele neutraliteit huldigt: “De universiteit is de uitvalsbasis en sponsor van critici; ze is niet zelf de criticus. Ze is geen club, geen branchevereniging, geen lobby.”

Dat is wat ik bedoelde toen ik schreef dat rectoren “beter zouden zwijgen”. Net zoals iedereen genieten ze de vrijheid van spreken, maar dat moeten ze als privépersoon doen, níét in naam van hun instelling.

(De Morgen, 25 augustus 2025)