Dubbelzinnige diepertjes

Heb je niet veel te vertellen, maar wil je graag diepzinnig overkomen? Hier is een gouden recept. Begin met een gemeenplaats, een triviale waarheid waar zowat iedereen het over eens is. Vervolgens: ga die keihard ontkennen! De Duitse filosoof Markus Gabriel presteerde het in zijn boek met de ‘prikkelende’ titel Waarom de wereld niet bestaat (2013), waarmee hij internationaal hoge ogen gooide. Die ontkenning van iets vanzelfsprekends is natuurlijk pas de eerste stap. Nu moet je één van de woorden in je radicale theorie stevig tussen aanhalingstekens klemmen, en er een flinke draai aan geven. Gabriel toont hoe het moet: ‘bestaan’ betekent voor hem bij nader inzien ‘verschijnen in een zinveld’. Eenhoorns en heksen bestaan dus wel, in tegenstelling tot de wereld, aldus de Duitse wereldloochenaar. Heksen verschijnen bijvoorbeeld op de bühne tijdens een opvoering van Macbeth. De wereld van Shakespeare is dan een zinveld waarin heksen kunnnen ‘bestaan’. Voor eenhoorns geldt hetzelfde: zij ‘bestaan’ in het zinveld van de klassieke mythologie. Maar de wereld? Die kan niet ‘bestaan’, omdat zij in haar totaliteit niet in één enkel zinveld te vatten valt. Dus: heksen bestaan, maar de wereld niet.

De filosoof Daniel Dennett noemt een dergelijk trucje een deepity, in het Nederlands aardig vertaald als ‘diepertje’.[i] Dennett geeft als voorbeeld de stelling ‘Liefde is maar een woord’. Natuurlijk is die stelling in één opzicht klinkklare onzin: liefde bestaat niet uit letters, en wie op zoek is naar liefde in een woordenboek, zal van een kale reis terugkomen. Anderzijds is ‘liefde’ wel een woord, namelijk één dat zes letters telt. Dus wat wil de uitspraak nu écht zeggen? Wil ze überhaupt wel iets zeggen? Het spanningsveld tussen beide interpretaties wekt een indruk van diepgang, maar dat is louter zinsbegoocheling.

Zijn dergelijke diepertjes niet wat doorzichtig? Toch niet. Ze werken beter dan je zou denken. Aspirant-goochelaars moeten zichzelf vaak moed inpraten vooraleer ze op het podium stappen, omdat ze amper kunnen geloven dat het publiek in hun goocheltruc kan trappen. Eenmaal je zelf begrijpt hoe een kunstgreepje werkt, is het moeilijk om je voor te stellen dat anderen erin trappen. En toch! Ook woorden kunnen ons brein beheksen. Als je een woord als “bestaan” kaapt om er een flauw punt mee over zinvelden mee te maken, blijft er iets van zijn oorspronkelijke, diepere betekenis aan kleven. Het brein van de welwillende lezer doet de rest, net zoals bij toeschouwers van een goocheltruc.

Merk op dat de dubbelzinnigheid onmisbaar is voor het psychologische effect. Stel je voor dat de titel van Gabriels boek als volgt had geluid: ‘De totaliteit van de dingen kan niet in één keer gedacht worden.’ Geeuw. Of nog: ‘In het zinveld van de Spaanse Inquisitie komen heksen voor.’ Schouderophaal. Maak je hetzelfde punt echter met het woord ‘bestaan’, dan gaat de lezer plots duizelen. Gabriel, rijzende ster aan het filosofische firmament, bedrijft een vorm van ‘democratische filosofie’ voor het grote publiek. Dat klopt: iedereen kan kromdenken zoals Gabriel. De kunst is om ermee weg te komen.

Filosofen in de stroming van het postmodernisme zijn erg gedreven in dubbelzinnige diepertjes. Denk aan de raadselachtige bewering van de Franse denker Jacques Derrida: ‘Er is niets buiten de tekst.’ (Letterlijk: er is geen buiten-tekst). Of Jean Baudrillard: ‘De Golfoorlog heeft nooit plaatsgevonden.’ Of Jacques Lacan: ‘De vrouw bestaat niet.’ Zet u thans schrap voor mijn laatste woorden, oh lezer: ‘Ik heb deze tekst niet geschreven.’ Duizelt het u al?   

(Fragment uit ons boek Alles wat in dit boek staat is waar (en andere denkfouten) 


[i] Daniel C. Dennett (2013), Gereedschapskist voor het denken, Atlas.