Doden tellen

  • Archief

Het aantal doden dat valt ten gevolge van x, y of z. De manier waarop je dat cijfer berekent en vergelijkt met andere doodsoorzaken, is iets ingewikkelder dan het lijkt.

Doden tellen is makkelijk, zou je denken. Weinig zaken zijn zo helder als het verschil tussen leven en dood. Op de grafiek hieronder ziet u het totale aantal covid-doden gedurende 2020 in België en Nederland.

Toch bestonden er grote verschillen in de manier waarop landen dat aanpakten. België was – op dit vlak in elk geval – een van de beste leerlingen van de klas. Terwijl de meeste landen enkel de doden registreerden waarvan de besmetting met het coronavirus officieel bevestigd was, registreerde België ook de vermoede coronadoden, zonder een positief testresultaat. Bovendien telde men in België ook de doden in woonzorgcentra, terwijl andere landen enkel die in ziekenhuizen telden. Nadeel van die soloslim-aanpak was dat België er in de statistieken veel beroerder aan toe leek dan andere landen. In werkelijkheid echter lag het ‘dark number’ – coronadoden die niet in de statistieken kwamen – in andere landen gewoon hoger. Een betere maatstaf is dan ook de zogenaamde oversterfte: het percentage extra sterfgevallen dat in een bepaalde periode boven het gemiddelde uitstijgt. Als je de officiële coronadoden van onze Lage Landen in het voorjaar van 2020 bekijkt, dan lijkt België veel zwaarder getroffen dan Nederland. Kijk je echter naar de oversterfte, dan slinkt het verschil aanzienlijk. Nederland telde vooral haar doden anders.

Als je landen met elkaar wilt vergelijken, volstaat het natuurlijk niet om ruwe aantallen naast elkaar te leggen. In Nederland zijn duizend doden minder dramatisch dan in België, om de eenvoudige reden dat Nederland zeventien miljoen inwoners telt en België maar elf miljoen. Wie eerlijk en correct wil vergelijken, moet het aantal doden per inwoner tellen – of zeg maar: per honderd inwoners, in procenten rekent dat makkelijker. Als je het aantal sterfgevallen deelt door de totale bevolking, krijg je de Population Fatality Rate (PFR) – de fataliteitsratio op de populatie, kortweg de populatiesterfte. In Bergamo – we schreven het al – bedroeg die maar liefst 0,58 procent, dus bijna zes op de duizend mensen. In België stond de teller eind 2020 op bijna twintigduizend doden, wat omgerekend een populatiesterfte oplevert van ruim 0,17 procent. Bijna twee op de duizend Belgen stierven dus aan covid.

De populatiesterfte hangt natuurlijk af van hoeveel mensen besmet raken in een land. Als niemand het virus krijgt, gaat niemand eraan dood. En hoe meer mensen besmet raken, hoe hoger de totale dodentol. Daarvoor moeten we er nog twee andere afkortingen bij halen waarmee we geregeld om de oren werden geslagen: de IFR en de CFR – de Infection Fatality Rate en de Case Fatality Rate. Laten we ze even nauwkeurig definiëren. De Case Fatality Rate is het percentage van de bevestigde en geregistreerde gevallen – cases of patiënten – dat uiteindelijk sterft. Dat is een nuttig cijfer, zeker in de eerste fase van deze pandemie. Al in januari 2020 vroegen virologen zich af: hoeveel van alle mensen die op onze radar staan (omdat ze ziek zijn en naar de dokter of het ziekenhuis gaan) sterven uiteindelijk? Dat is belangrijk om te weten, omdat je zo kunt inschatten hoe gevaarlijk een virus is.

Daarbij doet zich echter een serieus probleem voor. Veel mensen die besmet raken, worden helemaal niet ziek. Ze maken de infectie asymptomatisch door, zonder symptomen. Anderen worden maar een beetje ziek en gaan niet naar de dokter, waardoor ze op de radar van epidemiologen niet zichtbaar zijn. Daarom spreken wetenschappers nog over een derde maatstaf, de Infection Fatality Rate. Dat is de kans dat je sterft als je besmet raakt met het virus.

Om de Infection Fatality Rate te berekenen, moet je op zoek gaan naar het ‘donkere nummer’ van besmettingen, dus het aantal mensen dat niet ziek werd. De details zouden ons te ver voeren, maar één manier verloopt via de zoektocht naar antilichamen, door de analyse van bloedstalen. Wie antilichamen heeft, is besmet geweest – mogelijkerwijze dus zonder het te beseffen. Als je het aantal mensen met antilichamen naast het totale dodenaantal legt, kun je een schatting maken van de Infection Fatality Rate.

Belangrijk is ook dat dodelijkheid (CFR of IFR) geen vaste eigenschap is van een virus, maar afhangt van de omstandigheden, zoals de kwaliteit van de gezondheidszorg en de beschikbaarheid van personeel en medische apparatuur. Om het wat concreet te maken: stel dat je in het ziekenhuis belandt en je hebt beademing nodig, maar alle beademingstoestellen zijn bezet. Dan is de kans groot dat je sterft. Dat is nu precies waarom we met alle macht moesten vermijden dat onze ziekenhuizen overrompeld zouden worden. Als je zieke mensen niet degelijk kunt behandelen, zal de mortaliteit de hoogte in schieten. Hetzelfde geldt voor mensen die in ontwikkelingslanden leven en die überhaupt geen toegang hebben tot goede ziekenhuizen met beademingstoestellen. Zoals iedereen ondertussen weet, hangt de potentiële dodelijkheid van dit coronavirus ook sterk af van leeftijd, geslacht en andere risicofactoren. Zo ligt de mortaliteit hoger bij mannen, bij ouderen en bij mensen met overgewicht en onderliggende aandoeningen. Daarom berekenen wetenschappers de Infection Fatality Rate ook per geslacht en leeftijdsgroep.

Wereldwijd ligt de IFR van het coronavirus tussen de 0,5 en 1 procent. Dat betekent dat bijna een op de honderd mensen die besmet raken, uiteindelijk overlijdt. Voor wie nog altijd zou twijfelen aan de ernst van de situatie: dat is ongeveer tien keer zo veel als bij de griep. Nee, dit virus gewoon laten uitrazen was echt geen goed idee. Of hadden we dat al gezegd?

(Maarten Boudry & Joël De Ceulaer, fragment uit Eerste hulp bij pandemie. Van Achterafklap tot Zwarte Zwaan (2021))