Charlie Hebdo: het brandpunt van religieuze haat

(Knack.be – 10 januari 2015)

Hulde aan alle kranten die de gewraakte cartoons van Charlie Hebdo hebben afgedrukt op hun voorpagina’s. Het waren er nog veel te weinig. Enkele uren na de gruwelijke aanslag, sprak ik mijn hoop uit op een Charlie Effect: ‘Als je iemand vermoordt omwille van een tekening, zal die de dag erop in 1.000 kranten prijken’. Dat bleek ijdele hoop.

Maar waarom olie op het vuur gooien en moslims opnieuw provoceren? Waarom zonodig die cartoons verder verspreiden, als er al zoveel bloed is voor vergoten? Willen we nog meer aanslagen op ons geweten?
Hoe verzoenend deze redenering ook klinkt, ze is laf en pervers. We moeten de cartoons niet afdrukken omdat ze moslims kwetsen, maar ondanks het feit dat ze (sommige) moslims kwetsen.
Ten eerste zijn die cartoons nieuws. Ze vormen de rechtstreekse aanleiding voor een gruwelijke moordaanslag. Lezers hebben het recht om te weten welke potloodstreken klaarblijkelijk zo wraakroepend waren dat ze met bloed moesten vergolden worden. Om te zien hoe mild en onschuldig deze spotprenten waren. Om te zien dat Charlie Hebdo geen racistich of xenofoob bolwerk is, maar met alles en iedereen de spot dreef.
Kiezen om de cartoons niet af te drukken, ondanks hun overweldigende nieuwswaarde, is capituleren aan het terrorisme. Het opzet van extremistische moslims, dat hun profeet nooit of te nimmer mag afgebeeld of beledigd worden, is daarmee geslaagd.