Weg met het doemdenken!

(Interview voor magazine Spinoza door Yoram Stein)

Gaat artificiële intelligentie de wereld overnemen, de mensheid uitroeien of ons tot slaaf maken, zoals gebeurt in The Matrix (1999)? Regelmatig worden dergelijke claims gemaakt. Stephen Hawking bijvoorbeeld, een van de grootste natuurkundigen van de twintigste eeuw, zei in een BBC-interview letterlijk: ‘The development of full artificial intelligence could spell the end of the human race.’ Vergelijkbare waarschuwingen zijn geuit door Elon Musk en Geoffrey Hinton, de laatste wordt ook wel ’the godfather van AI’ genoemd.

Maarten Boudry denkt echter dat de vrees hiervoor misplaatst is. In zijn Substack-artikel ‘The Selfish Machine’ legt hij uit waarom we voorlopig niet bang hoeven te zijn voor een superslimme AI die ons vernietigt: het ontbreekt AI aan een egoïstische wil omdat het geen product is van evolutie, maar door mensen is gemaakt.

Maarten Boudry is filosoof en schrijver, gespecialiseerd in evolutietheorie en wetenschapsfilosofie. In 2025 verscheen bij Prometheus zijn boek Het verraad aan de verlichting: pleidooi voor een nieuwe vooruitgangsbeweging. Boudry neemt het daarin op voor Verlichting en vooruitgang. Vandaar dat we als Spinoza!-redactie benieuwd waren naar zijn mening over de kansen en gevaren van kunstmatige intelligentie.

Hij ontkent daarmee niet dat we afhankelijk worden van machines door dagelijks gebruik. Maar is dat problematisch? Boudry trekt een vergelijking met kleding, 10.000 jaar geleden uitgevonden. ‘Zonder kleding gaan we binnen enkele uren dood op de meeste plekken ter wereld. Wil dat daarom zeggen dat wij ‘de slaaf zijn’ van onze kleren? Als je dat echt wil, kan je dat zo uitdrukken, maar ik denk dat iedereen daar wel ziet dat dat niet echt een inzichtelijke of interessante manier is om dat zo te stellen.’

Heideggers pseudo-diepzinnigheid

De vraag naar de techniek werd in 1953 gesteld door Martin Heidegger. Volgens hem wordt de aard van techniek verkeerd begrepen als een neutraal middel. Hij stelde dat technologie de manier verandert waarop wij de wereld ervaren: de wereld verschijnt als een ‘bestelbaar bestand’, iets dat wij kunnen opvorderen en manipuleren.

Boudry is bikkelhard in zijn kritiek. ‘Ik heb weinig geduld voor iemand die niet alleen een nazi was, maar wiens pseudo-diepzinnige techniekfilosofie, zijn hele uiteenzetting over Dasein, hem ook op het pad van het nazisme heeft gebracht. Hij dacht echt dat het nazisme ons zou bevrijden van de westerse vooruitgang, van westerse technologie.’

Heideggers kritiek op de technologische mindset wordt wel gebruikt om de milieucrisis te verklaren. In de technologische manier van denken verschijnt de natuur als iets dat wij kunnen controleren en exploiteren. Boudry wijst deze kritiek van de hand. ‘De enige manier waarop we de milieucrisis en de klimaatcrisis gaan oplossen, is door meer technologieën. Tot de moderniteit hebben wij nooit enige controle uitgeoefend over de wereld, we waren altijd aan haar grillen overgeleverd. Uit dit soort filosofie spreekt een geromantiseerde natuuropvatting. Deze klopt niet. De natuur is niet zachtaardig of harmonieus.’

ChatGPT denkt niet

Is “kunstmatige intelligentie” eigenlijk wel intelligent? Jan Broersen, hoogleraar logische methoden in AI aan de Universiteit Utrecht en de spreker op onze afgelopen studiedag, stelt dat LLM’s zoals ChatGPT niet meer zijn dan zeer goede woordvoorspellers. Ze hebben geen idee wat ze aan het doen zijn, zijn niet in staat tot kritische zelfreflectie en hebben geen wil.

Boudry is het hier helemaal mee eens. Volgens hem projecteren we allerlei vormen van intelligentie op deze systemen omdat de output zo overtuigend overkomt. ‘Maar de reden waarom ze zo overtuigend overkomen is dat het inderdaad heel nijvere woordvoorspellers zijn die getraind zijn op producten van menselijke intelligentie en daardoor de indruk wekken dat ze inderdaad kunnen denken.’

Toch vindt Boudry het belangrijk om twee zaken van elkaar los te koppelen. ‘De eerste vraag is: is het mogelijk om artificiële intelligentie te ontwikkelen die wel degelijk echt intelligent is, en misschien zelfs ook bewust en tot kritische zelfreflectie in staat? Mijn antwoord daarop is: ja, daar ben ik absoluut van overtuigd. Er is geen magische eigenschap aan koolstof of aan de manier waarop ons brein werkt. Ook met silicium, dus met computers, is het in principe mogelijk om rationaliteit en intelligentie voort te brengen.’

‘De tweede vraag is: zijn we naar die intelligentie op weg met LLM’s? En dan is mijn antwoord heel duidelijk, nee. Zij kunnen een heel overtuigende simulacrum van intelligentie naar voren brengen, maar zij denken zelf niet.’

Dit roept een paradox op. ‘Op dit moment is het nauwelijks nog te achterhalen dat je met een computer spreekt als je met een GPT in conversatie bent. In die zin heeft de GPT de Turing test doorstaan en toch, denk ik, moeten we erover eens zijn, dat dat geen blijk geeft van intelligentie. Door deze LLM’s hebben we wat bijgeleerd, namelijk dat de Turing test achterhaald is.’

Bedreigt AI ons denkvermogen?

Dat intensief AI-gebruik ons eigen denkvermogen kan aantasten, is een serieus gevaar, meent Boudry. Maar die zorg is niet nieuw, zegt hij. ‘Heel lang geleden al was het Plato die waarschuwde dat de uitvinding van het schrift zou leiden tot de achteruitgang van het geheugen. En hij had een punt. De orale overleving van de gedichten van Homeros bijvoorbeeld, die blijkbaar volledig gememoriseerd waren voordat ze op schrift werden gesteld, dat kunnen we ons vandaag bijna niet meer voorstellen.’

Zelf heeft Boudry dit ook ervaren met Google Maps. ‘Ik heb echt het gevoel dat mijn brein, of mijn oriëntatievermogen, mijn vermogen om kaarten te lezen, is afgetakeld door Google Maps te volgen.’ Toch is dit niet louter verlies. ‘Diezelfde breincapaciteit die ik toen voor kaartlezen gebruikte, die is elders terechtgekomen.’

Maar ChatGPT is anders. ‘ChatGPT is bijna de ultieme stap, omdat je een heel essay kan schrijven, een heel opiniestuk of zelfs, na verloop van tijd, misschien een heel doctoraat, zonder dat er echt nog denkwerk aan te pas komt.’

De oplossing ligt volgens Boudry in balans. ‘Dus het is op zich een goede zaak, denk ik, dat studenten leren gebruikmaken van GPT. Maar ze moeten nog altijd in staat zijn om zelfstandig te denken zonder dat ze toegang hebben tot GPT.’ Hij vergelijkt het met wiskunde-examens waarbij zowel met als zonder rekenmachine vaardigheden getoetst worden.

Een andere zorg betreft het gebrek aan weerstand dat LLM’s bieden. ‘GPT is getraind om heel politiek correct te zijn, om geen gevaarlijke dingen te zeggen, om niet onbeleefd te zijn. Maar het neveneffect daarvan is wel dat het zo slijmerig en meegaand is. Het systeem biedt nauwelijks weerstand of tegengas bij zelfs knettergekke ideeën.’

Dit kan problematisch zijn voor menselijke relaties ‘die niet altijd even makkelijk zijn. Dus we moeten inderdaad wel opletten dat GPT ons vermogen tot menselijke relaties niet laat aftakelen.’

Maar dit gevaar moeten we ook weer niet overdrijven. ‘Elke technologie vergt natuurlijk een periode van aanpassing. Er zijn ook mensen die verslaafd raken aan internet of televisie. Het is allemaal een kwestie van dosering.’

Mythevorming en big tech

Er is sprake van mythevorming rond AI, erkent Boudry. ‘Als je sommige van die tech-bro’s leest, Eliezer Yudkowsky bijvoorbeeld, of Peter Thiel, of zelfs Sam Altman, dan wordt technologie bijna een soort van heilsleer, of juist een variant op de aloude gedachte van een  apocalyps.’ Maar hij denkt niet dat dit een bewuste strategie is. ‘Ik denk dat die mensen gewoon een beetje high on their own supply zijn.’

Zo komen ze aan extreme visies – zowel extreem positief als extreem negatief. Yudkowsky behoort tot de laatste categorie. Hij denkt ‘dat we letterlijk AI-ontwikkeling moeten verbieden en stilleggen en zelfs afdwingen door bombardementen op datacenters’ omdat AI ons anders zal uitmoorden. Tegenover deze beelden van hel en verdoemenis staan weer andere tech bro’s die geloven dat technologie ons een paradijs op aarde gaat bezorgen, waarin ‘we allemaal perfect gelukkig gaan worden of eeuwig gaan leven.’

Boudry ontkent dat hij ideologisch verwant is aan dergelijke ideeën, vanwege zijn omarming van het ‘effectief altruïsme’(een vorm van utilitarisme die door Peter Singer is verdedigd). Dit effectief altruïsme wordt weer in verband gebracht met ‘longtermisme’ – de gedachte die we terug vinden bij veel tech-miljardairs, namelijk dat hun technologie op de lange termijn zal bijdragen aan een gelukkiger mensheid, zelfs al zou dat op de korte termijn juiste voor meer ellende zorgen.

Boudry zegt ‘altijd wel wat achterdochtig geweest over dat longtermisme. Daar ben ik nooit echt enthousiast over geweest. Ik heb altijd meer sympathie gehad voor de eerdere vorm van effectief altruïsme, die met heel concrete, tastbare dingen bezig is, met ziekte, armoede enzovoort.’

Longtermisme kan volgens hem snel speculatief worden en leiden tot ‘allerlei onfrisse politieke implicaties waarbij je het heden gaat opofferen voor een soort van hypothetische toekomst van ofwel totale catastrofe die je dan wil vermijden ofwel een totaal paradijs, dat we allemaal onze mind gaan uploaden in de cloud. Bij dat soort fantasieën haak ik nogal snel af.’

Peter Thiel noemt hij ‘de ergste wat dat betreft. Die heeft inderdaad een neo-reactionaire filosofie, waarin er weer een soort monarchie moet komen. Dat het liberalisme een grote vergissing is geweest. Zo iemand mag je geen politieke macht geven.’

Gevaar van big tech niet overdrijven

Maar het is volgens Boudry te kort door de bocht om te stellen dat alle tech-miljardairs dezelfde agenda hebben. ‘Het is niet zo dat alle tech-miljonairs voor Donald Trump waren bijvoorbeeld. Ook daar is er een grote diversiteit. Bill Gates bijvoorbeeld is iemand die zeer zeker tegen Trump was.’

‘Grote ondernemers kunnen briljant zijn, maar dat maakt ze niet geschikt voor politieke macht. Daarvoor moeten we wel opletten. Maar goed, in een kapitalistische samenleving is de politieke macht van die mensen ook niet eindeloos. Dat zou wel het geval zijn als één speler het monopolie zou hebben, of als die tech-bro’s allemaal onder één hoedje spelen en allemaal hetzelfde willen. Maar dat klopt niet, ze zijn ideologisch divers.’

Bovendien zijn ze elkaars concurrenten, vervolgt Boudry. ‘In een vrije markt is het landschap versnipperd. Elk van die tech-bro’s (en hun bedrijven) hebben tegenspelers, en zijn best kwetsbaar als hun “klanten” weglopen. Denk maar aan de paniek bij Google na de lancering van Open AI’s GPT. Hun businessmodel kan zomaar bedreigd worden door nieuwe spelers. Anno 2025 is er zelfs meer versnippering van sociale media dan pakweg 10 jaar geleden, toen Twitter extreem dominant was en het wereldwijde “dorpsplein”.’

Boudry: ‘Er bestaat wel een gevaar dat de tech-bro’s, omdat ze enkel belust zijn op winst, algoritmes maken die eigenlijk schadelijk zijn voor een samenleving (denk aan “rage bait”, dat enorm goed werkt voor “engagement”). Dat is vergelijkbaar met de tabaksindustrie. Maar ook de tabaksindustrie is niet eindeloos machtig, en werd uiteindelijk gemuilkorfd toen de bewijzen van schade extreem groot werden. Bij sociale media is dat nog minder zeker, omdat we nog volop experimenteren, maar kijk naar Australië dat nu een verbod wil voor minderjarigen. Een interessant experiment. We zullen zien of het navolging krijgt en wat het effect is.’

Europa moet zelf innoveren

De beste oplossing? ‘Meer zelf meedoen aan die innovatie. We hebben de trein gemist van artificiële intelligentie en daarvoor ook van het hele internet.’ In plaats van alleen reactief te reguleren ‘zouden we in Europa beter zelf het heft in handen nemen en ervoor zorgen dat we zelf sterke technologiebedrijven hebben.’

Het probleem met Europa is ‘dat we gewoon veel te argwanend zijn geworden over technologie in het algemeen. Kunstmatige intelligentie is iets dat een enorme impact heeft. Ik zou willen dat Europa zoiets had uitgevonden.’ Regelgeving is belangrijk, ‘maar dat is ook maar een beetje een schrale troostprijs dat we dan de wereld leiden in AI-regulation.’

Milieu-impact en vooruitgang

Over de vermeende enorme milieukosten van LLM’s is Boudry helder: ‘Dat is onzin. Dat is echt een storm in een glas water. Dat verzinkt totaal in het niets bij één meter met de auto rijden of bij één hamburger eten.’

Tot slot de vraag of vooruitgang vanzelfsprekend is. Boudry is geïrriteerd over de voortdurende suggestie dat hij dat zou denken. ‘Kijk, ik heb al duizend keer geschreven dat vooruitgang niet onafwendbaar is, dat het mensenwerk is.’

Hij introduceerde de term ‘verbeterlijk optimisme.’ ‘Een verbeterlijke optimist is iemand die gelooft dat vooruitgang mensenwerk is, dat het afhangt van menselijke inspanningen en dat er nooit een absolute garantie is dat het goed komt.’ Hij erkent ook achteruitgang in oorlogsgeweld en democratie de laatste jaren.

‘Een vooruitgangsdenker moet toegeven dat het wat oorlogsgeweld betreft, bijvoorbeeld met Oekraïne, Gaza en Soedan, de laatste jaren weer de verkeerde richting uitgaat. Hetzelfde met de democratie. Dus de laatste jaren is er inderdaad een vorm van een democratische recessie.’

Ook technologie zorgt niet per definitie voor vooruitgang. ‘Ongeveer elke vorm van technologische innovatie zorgt voor neveneffecten. Er is bijna geen enkele technologie die alleen maar voordelen biedt.’ Zelfs de vaak weggelachen luddieten die weefgetouwen vernietigden, hadden een punt: ‘Op lange termijn was hun strijd zinloos, maar zij werden wel degelijk geschaad door technologische innovatie.’

Hiervan moeten we leren: ‘Het feit dat een technologie nadelen heeft, of groeipijnen of neveneffecten, is geen reden om ertegen te zijn. Want alle technologie die ons welvarend, gezond en gelukkig heeft gemaakt, had neveneffecten.’

Wat Boudry betreft past ook AI in dit patroon. ‘AI is een technologie die potentieel enorme voordelen heeft, maar ook nadelen. Zeker in de eerste fase waarin we er nog niet mee vertrouwd zijn en nog moeten proberen om dingen uit te zoeken. Soms loopt iets verkeerd af en dan leren we bij en dan voegen we meer grendels toe, meer checks en balances, meer beveiliging enzovoort.’

Net zoals vliegtuigen vroeger levensgevaarlijk waren maar gaandeweg veiliger werden gemaakt. ‘Dus nee, ik heb zeker geen naïef geloof in de vanzelfsprekendheid van vooruitgang.’

Maar evenmin heeft hij geduld voor het doemdenken dat in allerlei varianten – van Heideggers techniekpessimisme tot de apocalyptische scenario’s van Yudkowsky – zo aantrekkelijk en besmettelijk blijkt te zijn. Ook onder filosofen. Want juist dat verhaal, dat technologie ons onvermijdelijk naar de afgrond leidt, is zelf een mythe. Een mythe die ons kan verleiden tot stilstand en passiviteit, terwijl we juist actief moeten blijven vormgeven aan de toekomst. Vooruitgang is noch gegarandeerd noch onmogelijk. Het is mensenwerk – en dat werk moeten we blijven doen.