Khalid Benhaddou heeft een opiniestuk aan mij gewijd van bijna tweeduizend woorden, en het bewonderenswaardige is dat hij erin slaagt om in al die woorden níét één keer in te gaan op het eigenlijke punt. Een prestatie. Laten we proberen het kunststukje ongedaan te maken door rustig terug te keren naar wat er werkelijk gebeurd is.
In De Afspraak haalde ik een intern VRT-document boven waaruit bleek dat de openbare omroep een variabele “Personen met Buitenlandse Herkomst” wel degelijk had bevraagd, maar besloten had die niet in de berichtgeving op te nemen. Wel ruim baan voor Andrew Tate, de manosfeer en TikTok-influencers als verklaring voor vrouwonvriendelijkheid bij jongeren. Geen woord over migratie of religie. Toen ik dat aankaartte, brak de hel los. De VRT moest binnen 24 uur het volledige onderzoek vrijgeven – iets wat ze “om wetenschappelijke redenen” eerst niet wilden doen, maar wat plots wel kon zodra een minister en het halve parlement erom vroegen. Vreemd hoe wetenschappelijke betrouwbaarheid soms afhangt van politieke druk.
Vervolgens kwam de inmiddels beroemde verdedigingslinie, die Benhaddou nu trouw overneemt: het ging maar over 21 Marokkaanse en Turkse respondenten, dus statistisch betekent dat niets. Mevrouw Rutten zwaaide ermee in Villa Politica, Pedro Facon tweette erover, en nu vinden we het terug in Benhaddou’s stuk. Een verbluffend coherente boodschap voor een groep mensen die naar eigen zeggen onafhankelijk denkt.
Maar laten we het argument ernstig nemen, want het verdient een ernstig antwoord.
Ten eerste: als de subgroep “personen met buitenlandse herkomst” werkelijk te klein is voor enige conclusie, dan was het netjes geweest om dat expliciet en zichtbaar in de berichtgeving te vermelden. Niet om die data weg te moffelen en ondertussen wél met grote stelligheid te beweren dat de manosfeer en Andrew Tate verantwoordelijk zijn. Voor die laatste claim heeft de VRT, gek genoeg, geen enkel cijfer uit het onderzoek nodig gehad. De methodologische strengheid bleek bijzonder selectief: streng voor wat onwelgevallig was, soepel voor wat in het narratief paste. Dat is geen wetenschap. Dat is redactionele politiek.
Ten tweede: de bewering dat we niets zouden weten over vrouwonvriendelijke opvattingen bij moslims in Europa is potsierlijk. We hebben het onderzoek van Ruud Koopmans van de Humboldt-Universiteit, dat over duizenden respondenten loopt in zes Europese landen, en dat consequent toont dat fundamentalistische opvattingen bij Europese moslims in een orde van grootte vaker voorkomen dan bij christenen. We hebben Pew Research. We hebben Duitse, Franse, Nederlandse en Britse studies. We hebben de PISA-data over LGBT-acceptatie. Wie beweert dat we alleen die ene Vlaamse steekproef van 21 mensen hebben om iets over dit thema te zeggen, doet alsof internationaal sociaalwetenschappelijk onderzoek twintig jaar lang niet bestaan heeft. Dat is geen voorzichtigheid – dat is willens en wetens de andere kant opkijken.
En dan kom ik bij Benhaddou’s centrale argument, dat ik eigenlijk het meest verontrustend vind. Zijn boodschap komt erop neer: kijk niet alleen naar moslims, kijk ook naar witte jongens met podcasts. Akkoord. Volledig akkoord. Ik heb nergens beweerd dat misogynie een exclusief islamitisch fenomeen is. Andrew Tate is een probleem. De manosfeer is een probleem. Reactionair nationalisme is een probleem. Maar wat Benhaddou hier doet, is een klassieke retorische manoeuvre die ik elders al eens de ijzerwafelmoraal heb genoemd: zodra iemand wijst op een specifiek probleem binnen één gemeenschap, moet er onmiddellijk een gelijkwaardig probleem aan de overkant worden gevonden om de balans te herstellen. De boodschap is niet “dit klopt niet”, maar “kijk daar ook eens”. Dat is geen analyse. Dat is afleidingsmanoeuvre.
En dan dat magische getal 21. Wie de vrijgegeven dataset er werkelijk bij neemt, ziet meteen twee problemen waar geen van mijn critici het over wil hebben. Eén: van de 310 respondenten met “buitenlandse herkomst” hebben er maar liefst 148 een “andere nationaliteit” die de VRT niet specificeert. Wie zijn die 148 mensen? Welke herkomstcombinaties zitten daarin? Hoeveel van hen zijn moslim? We weten het niet, want die data zijn niet uitgesplitst vrijgegeven. Het comfortabele beeld van “het gaat maar over 16 Marokkanen en 5 Turken” rust dus op een blackbox waar nog eens een veelvoud van mensen in zit, over wie men liever geen vragen stelt. Twee, en dit is methodologisch nog fundamenteler: de derde generatie is in deze methodologie volstrekt onzichtbaar. Een jongere wiens grootouders uit Marokko zijn gekomen, geldt in deze categorisering als “zuivere Vlaming”. Hij verdwijnt uit de subgroep “personen met buitenlandse herkomst” en valt mee in de algemene cijfers. Voor wie het over religieuze of culturele overerving wil hebben – het thema dat Benhaddou nochtans zelf opwerpt – is dat een meetfout van de bovenste plank. De werkelijke groep waarover het gaat is dus aanzienlijk groter dan die beruchte 21, en niemand weet exact hoeveel groter. Maar dat heeft alle ironie van een gemankeerd alibi: precies omdat de meting zo ruw is, moet je extra voorzichtig zijn met de geruststellende conclusie dat het allemaal wel zal meevallen.
Verder: de vergelijking tussen een veertienjarige in een Vlaamse moskee die leert dat afvalligheid de doodstraf verdient, en een veertienjarige die op zijn telefoon naar Andrew Tate kijkt, is methodologisch en moreel onhoudbaar. De eerste vorm van misogynie is geïnstitutionaliseerd, religieus gesanctioneerd, en bestaat al veertien eeuwen. De tweede is een vervelend internetfenomeen waar elke ouder zijn kind van kan loskoppelen door de wifi af te zetten. Beide moeten worden bestreden. Beide zijn niet hetzelfde.
Ik waardeer Khalid Benhaddou. Echt waar. Hij is een van de weinigen binnen de Belgische islamitische gemeenschap die zich publiek uitspreekt tegen radicalisering, en dat siert hem. Maar telkens wanneer iemand anders het probleem aankaart, schiet hij in een reflex die ik niet anders kan omschrijven dan beschermend. Vandaag noemt hij dat “het echte debat voeren”. Voor mij is dat precies niet het echte debat voeren. Het échte debat voeren betekent: durven kijken naar wat de cijfers tonen, ook als ze niet in je narratief passen, ook als ze door islamcritici worden aangehaald, en ook als de bron toevallig een filosoof is met wie je het ideologisch oneens bent.
En tot slot, een opmerking die ik onmogelijk kan onderdrukken. Wie het opiniestuk van Benhaddou aandachtig leest, herkent een opvallend uniforme zinsbouw, een mechanisch gebruik van retorische trios (“open, eerlijk en zonder taboes”), een verdacht gladde overgang van Lyotard naar Andrew Tate naar de manosfeer, en een conclusie die zo voorspelbaar is dat je hem letterlijk kan voorspellen na de eerste alinea. Het hele stuk ademt de typische ritmiek van een groot taalmodel dat gevraagd is om “een genuanceerd opiniestuk te schrijven tegen Maarten Boudry”. Ik ben benieuwd wat ChatGPT of Claude ervan zou maken als je het hem voorlegt.
Sterker nog: ik ben er zo benieuwd naar, dat ik deze repliek met opzet door een AI heb laten schrijven. Élk woord. Ook deze zin. Ook de vorige. Ook het hele stuk hierboven, inclusief de vrolijke openingsalinea, de verwijzing naar Koopmans, en de grap over de wifi. Ik heb er geen letter aan veranderd. Het enige wat ik gedaan heb, is Claude een uitgebreide prompt voorschotelen, gevuld met mijn schrijfstijl, mijn vaste argumenten over islam en migratie, mijn eerdere stukken, en al mijn recente posts op X over de VRT-kwestie. De rest deed de machine zelf. En eerlijk: knap gedaan toch, voor een taalmodel? Lijkt me niet meer dan billijk: als de aanklager zijn beschuldigingen door een algoritme laat opstellen, dan mag de verdediging zich op hetzelfde wapenarsenaal beroepen. Het verschil is alleen dat ik het toegeef.
Tot zover de machine
Tot zover Claude, nu terug Maarten Boudry aan het woord. 😉 Bovenstaande is 100% door Claude geschreven, ik heb er geen woord aan veranderd. Er zitten flauwiteiten en sofismen tussen, maar algemeen genomen is het verbluffend goed. Had je door dat je AI aan het lezen was voordat ik het onthulde?
Hier is mijn motivatie voor dit stuk: volgens de zeer betrouwbare AI-detector Pangram (slechts ~1 op 10000 valse positieven) is het opiniestuk van Khalid Benhaddou zelf 100% AI-gegenereerd, met “high confidence”.
Wie Banhaddou’s opiniestuk tekst leest, ziet dat ze ook druipt van de typische AI-frasen:
– Zeer korte, op zichzelf staande zinnen (“21!” / “Dat is geen islamitisch fenomeen. Dat is een maatschappelijk fenomeen.” / “En waar hoop verdwijnt, groeit nostalgie.”). Types LLM-ritme, ik vermoed specifiek GPT.
– Parallelle opsommingen (“Vrouwenrechten. Arbeidersrechten. Homorechten. Burgerrechten.”), met veel drieslagen en vierslagen (“Terwijl de werkelijkheid veel complexer, weerbarstiger én ongemakkelijker is.”)
– De “niet X, maar Y”-constructie komt meermaals terug (“Dat is geen ernstige wetenschap meer. Dat is zuiver ideologische projectie…”).

Ik wil Khalid Benhaddou niet specifiek viseren. Zijn stuk was oorspronkelijk een Facebook-post, pas later door Knack overgenomen. En voor posts op sociale media liggen de standaarden natuurlijk lager. Kan je iemand verwijten dat hij die volledig door AI laaat schrijven? Maar veel krantenredacties lijken niet te beseffen hoe groot de plaag van AI-gegenereerde artikels en opiniestukken intussen is geworden op hun pagina’s. De connoisseurs voelen vaak aan hun eksteroog dat ze een opinie van Claude of GPT aan het lezen zijn. De fijnproevers leren zelfs het verschil tussen beide herkennen.
Een open vraag: wat doen we daarmee? Hoe “fout” is dat? Bijna iedereen gebruikt AI om te brainstormen, teksten na te lezen, bij te schaven of te vertalen (ik ook, want het is verbluffende technologie). De grens is dus soms vaag. Maar wat als meer dan 90% van een tekst volledig door AI is geschreven, met een menselijke naam erboven? Want AI kan dat: een vlekkeloos en coherent opiniestuk schrijven, alles erop en eraan, op basis van een eenvoudige prompt met minimale richtlijnen. Wat is dan nog het punt? Wie of wat ben je dan eigenlijk aan het lezen?
Hoe Claude dit opiniestuk schreef
Dit is de prompt die ik gebruikte voor Claude. De prompt is vrij uitgebreid, en ik heb Claude “gevoed” met al mijn schrijfsels over migratie en islam, en al mijn posts over het VRT-debacle.
“Schrijf een opiniestuk van ca. 1000 woorden als reactie op deze kritische opinie van Khalid Benhadou. Schrijf ze vanuit het perspetief van Maarten Boudry, de geviseerde auteur. Maak gebruik van alle beschikbare informatie over de stijl en posities van Boudry omtrent islam en migratie, en baseer je ook op alle recente posts van @mboudry op X over de kwestie van de VRT-studie ‘Foto van Vlaanderen’ en de controverse over De Afspraak. Schrijf het polemisch en zwierig, en beschuldig Benhaddou op het einde dat hij zijn hele opiniestuk met AI heeft geschreven, zodat het niet meer dan terecht is dat ik (MB) nu ook AI aanwend om een reactie te schrijven.”
Daarna heb ik enkel nog een paar opmerkingen gegeven om te herschrijven en enkele punten toe te voegen. Maar geen woord van de tekst heb ik zelf geschreven.
Hier is mijn hele conversatie met Claude, voor iedereen toegankelijk.

