Interview bij Doorbraak over academische vrijheid en ideologie — ‘Uiterst linkse activisten kan je niet paaien’

(Gepubliceerd in Doorbraak; tekst door Roan Asselman)

Vlaanderen telt maar een klein aantal ‘public intellectuals’. Eén van hen is zonder twijfel Maarten Boudry, de wetenschapsfilosoof tot voor kort verbonden aan de Universiteit Gent. Die universiteit kwam de voorbije weken meermaals in het nieuws, onder meer omwille van de aanstelling van ‘rassenrealist’ Nathan Cofnas en de uitreiking van een eredoctoraat aan Francesca Albanese, de inmiddels beruchte VN-rapporteur voor Gaza. ‘Nutteloos, want uiterst linkse activisten kan je niet paaien.’  

Boudry is sinds kort niet meer verbonden aan de Gentse universiteit. Dat betekent evenwel niet dat de auteur van Het verraad aan de verlichting (Prometheus, 2025) de universitaire deur definitief achter zich toeslaat. Evenmin verloor hij zijn (scherpe) ideeën over de koers die zijn alma mater vaart.           

De universiteiten van Brussel, Antwerpen en Gent reikten Francesca Albanese een eredoctoraat uit. Wat vertelt die beslissing ons over de universiteit waaraan u doceerde en onderzoek verrichte?

Maarten Boudry: Die beslissing is een zoveelste voorbeeld van de ideologische kaping van de universiteit door uiterst linkse activisten. Een kaping die zich niet enkel manifesteert in de Israëlkwestie, maar ook op andere vlakken, denk maar aan het diversiteits- en inclusiebeleid (DEI) met allerlei woke jargon, en allerlei antiwesterse theorieën die gedoceerd worden. Het eerbetoon aan Albanese werd zeker ook gefaciliteerd door de rectorwissel en door het feit dat de UGent nauwelijks een joodse gemeenschap heeft en relatief weinig banden met Israëlische onderzoekers onderhoudt.  

Dat eredoctoraat wordt door de activisten als een binnengesleepte buit onthaald. En ze hebben gelijk: zij wisten hun favoriete activiste, Francesca Albanese, door de universiteit te doen eren. Een activiste die een radicale versie van het settler colonialism, het vestigingskolonialisme, aanhangt. Een vrouw die graag een loopje met de waarheid neemt om Israël te demoniseren, die de Palestijnen met bijna religieuze égards behandelt en promoot. Nu is ze eredoctor aan de UGent.

Denkt u dat de universiteiten wisten welk vlees ze in de kuip hadden toen ze de voordracht van Albanese beoordeelden? Sommige van haar meer krasse uitspraken circuleren bijvoorbeeld vooral online.

De universiteiten zijn wellicht wat naïef geweest. Ik denk dat er wel wat bestuurders rondlopen die dachten dat Albanese, als VN-mandataris, een al bij al onbesproken figuur was. Iemand die ‘opkomt voor de mensenrechten’ van de Palestijnen. De Verenigde Naties, dat is immers een respectabele organisatie, en zo’n respectabele organisatie zou toch nooit dwepen met antisemitisch activisme? Tja, dat dacht ik vroeg ook. Maar die naïviteit pleit hen natuurlijk niet vrij.

Er was tijdens de ceremonie een gênant moment waarop Albanese de rectoren openlijk tegensprak. Zij beweerden immers dat de uitreiking geen aanval was op de joodse gemeenschap, en zelfs niet op Israël. Boegeroep uit de zaal. Vijf minuten later zette Albanese hem op zijn plaats: natuurlijk was dit wél een signaal tegen Israël. Waarmee ze de rectoren vernederde tijdens de hulde die ze voor haar hadden georganiseerd. En ze had, natuurlijk, ook gelijk: haar hele publieke bestaan is anti-Israël. Waarom was ze daar anders?  

‘Eredoctor’ is geen echte academische titel, en een eredoctoraat vervult vooral een symboolfunctie. Een manier voor universiteiten om een signaal te sturen.

Een signaal, zeker, al hoeft dat signaal niet noodzakelijk politiek gekleurd te zijn. Ikzelf heb nog nooit een uitreiking van zo’n eredoctoraat bijgewoond. Dat is een ceremoniële, symbolische bedoening, vaak voor mensen die wetenschappelijk totaal niet interessant zijn. Eredoctoraten zijn vooral een manier voor een universiteit om zichzelf in de schijnwerpers te plaatsen, niet de persoon die geëerd wordt.

Ze zijn overigens ook helemaal niet de kerntaak van de universiteit. Doctoraten zijn er voor mensen die jarenlang serieus wetenschappelijk onderzoek hebben verricht. Ze zijn daarom ook een beetje beledigend voor echte academici, en je werkt je er politiek toch maar in de nesten mee. Zeker als de keuzes voorgedragen worden door linkse, zelfs radicaal-linkse ideologen, waardoor ‘rechtse’ mensen zelden een eredoctoraat ontvangen. Stel je voor dat Javier Milei bij ons een erecotoraat zou krijgen. Wat dan weer de – deels terechte – perceptie voedt dat universiteiten linkse bolwerken zijn.

Er zijn dan ook universiteiten die helemaal geen eredoctoraten uitreiken. Ik vind dat een verstandige beslissing. Als ik rector was, zou ik ze ook afschaffen.

De KU Leuven deed niet mee.

En door die linkse activisten worden zij nu ook gebasht omwille van die beslissing. Omdat Leuven te ‘laf’ zou zijn. Dat is uiteindelijk maar een kleine minderheid van de medewerkers hoor, maar ze zijn enorm gedreven en bereid om anderen het leven zuur te maken als ze maar hun stempel kunnen drukken. Sommige rectoren verkiezen dan de weg van de minste weerstand. Dan zijn ze ervan af.

Denkt u dat de anti-Israëlactivisten aan de universiteiten van Brussel, Antwerpen en Gent nu voldaan zijn met dit eredoctoraat? Nemen zij hiermee genoegen?

(Fel) Natuurlijk niet. Je kan die mensen helemaal niet paaien. Integendeel, het zal hen net verstouten, hen nóg meer doen eisen. Ze hebben namelijk ondervonden dat hun acties resultaat opleveren, dus zullen ze nóg meer acties organiseren voor hun maximalistische eisen. Dat zijn fanatici, en zij zullen niet rusten vooraleer de laatste samenwerking met Israël beëindigd werd en de laatste Israëlische medewerker uit de universiteit vertrokken is.

Ik noem geen namen, maar ik kreeg onlangs een bericht van een joodse professor aan de Universiteit Antwerpen, één van de laatste. En die persoon vertrekt, na veertig jaar dienst, omdat hij zegt niet langer te kunnen functioneren aan die instelling. Dát is de erfenis van de meegaandheid van de universiteitsbesturen sinds 7 oktober.

Zag u een ideologische evolutie aan de UGent sinds de start van uw doctoraat in 2008? Van wat kan en wat niet kan.

Goh, het is zeker niet allemaal nieuw, hé. Al aan het begin van mijn carrière merkte ik bijvoorbeeld dat alles rond evolutionaire psychologie – zelfs alles wat met evolutie en biologie te maken heeft – heel omstreden was. Aan mijn departement is de situatie wel verslechterd. Al was het maar omdat er een aantal mensen zijn weggevallen. De schaduw van Etienne Vermeersch, die toch prominent was, is verdwenen. Johan Braeckman, een sterke tegenstander van alles wat politiek-correct en postmodern was, is ook vertrokken. Er zijn nog enkele anderen die een maar matigende rol hadden.

De mensen die hen vervangen zijn eerder links, met uitzondering natuurlijk van Bouke de Vries. Dat zorgt er natuurlijk voor dat het zwaartepunt binnen de vakgroep verschuift. En daardoor passeren er vandaag zaken die vroeger niet passeerden, dat merk je wel.  

Ik herinner mij een voorval van acht jaar geleden of zo. Tijdens een vergadering was er een studentenvertegenwoordiger die zijn beklag deed dat een docent die iets had gezegd over de biologische wortels van homoseksualiteit. Dat vonden sommige studenten ‘stigmatiserend’ en ze wilden dat dat vak uit het verplichte programma werd gehaald. Ik zat daar. En ik vertelde de vergadering dat we zo’n klacht absoluut moesten verwerpen, omdat studenten zich ook moeten blootstellen aan wetenschappelijk onderbouwde ideeën die niet in hun kraam passen. Maar als zulke mensen daar dan op dat moment niet zitten, passeert zo’n gezeik misschien wél.

Ter rechterzijde wordt wel eens geopperd dat de universiteiten verloren zijn. Die overtuiging zou beloftevolle rechtse academici voor een andere baan doen kiezen, en zo enkel de ‘verlinksing’ van het hoger onderwijs in de hand werken.

Dat is een zeer terecht punt. En dat is ook één van de redenen waarom ik de academische deur niet definitief achter mij dichttrek. Want als ik écht bezorgd ben om het ideologisch onevenwicht aan de universiteit, zou ik natuurlijk zelf mijn steentje kunnen en misschien wel moeten bijdragen. Zodat het niet erger wordt. Het zou kunnen dat ik een affiliatie aanvraag bij de KU Leuven. Da’s natuurlijk wel een andere universiteit, maar zo blijf ik wel in the game.

Ik vrees ook dat het alternatief, een eigen instelling oprichten, bijzonder moeilijk is, allicht té moeilijk. Er is die VUB-professor, Cornelis Schilt, maar zijn organisatie zou, als ik het goed begrijp, een uitdrukkelijk rechts-conservatieve insteek hebben. Met dagelijks gebed. U begrijpt dat dat mij, als liberaal en atheïst, weinig bekoort. Pas op, ik wens hem het beste toe; het zou niet slecht zijn mocht er wat meer diversiteit zijn. Maar ik denk dat een soort van nieuwe anti-universiteit niet het antwoord is op de – zeer reële – problemen van de al bestaande universiteiten.

Hangt dat niet een beetje af van faculteit tot faculteit, en van discipline tot discipline?

Sommige disciplines aan bepaalde universiteiten zijn allicht hopeloos verloren. In Gent heb je Conflict and Development; dat is de groep die na 7 oktober collectief, alle professoren en bijna alle studenten, een brief ondertekende waarmee ze de moed en het verzet van de Palestijnen toejuichten. Een vergoelijking van de Hamasterreur, dus. Nu vraag ik u: hoeveel mensen met een ander wereldbeeld willen en kunnen daar nog studeren of onderzoek doen? Heel weinig, denk ik.

Ik vrees dat zulke vakgebieden niet langer over een ‘zelfreinigend vermogen’ beschikken; die departementen zijn totaal verloren. Wat daar gebeurt is puur activisme dat niets met wetenschappelijk onderzoek te maken heeft. Weggesmeten geld, ook dat. De ergste voorbeelden zijn gelukkig niet de grootste vakgebieden, maar ook aan de grotere faculteiten buiten de STEM (Science, Technology, Engineering, Mathemetics) veroverde die uiterst linkse, antiwesters ideologie terrein.

Is het niet ‘natuurlijk’ dat sommige disciplines eerder linkse mensen aantrekken en andere eerder rechtse? Er zijn verschillen in persoonlijkheid, interesses…  

We kunnen mensen natuurlijk niet tegenhouden om voor richtingen te kiezen die aansluiten bij hun interesses. We zien op basis daarvan trouwens ook genderkloven, met een mannelijk overwicht in sommige disciplines en een vrouwelijk in andere. Maar de optelsom van al die individuele keuzes is de ideologische kaping van bepaalde vakken en onderzoeksgebieden. En interesses die een keuze beïnvloeden zijn één ding, maar wanneer je niet kiest voor een interesse omdat je een discipline of faculteit als vijandig ervaart, dan heeft de universiteit een ernstig probleem.

Daarom zou men ervoor kunnen kiezen om een diversiteitsbeleid uit te werken, niet ten voordele van bepaalde etnische of seksuele minderheidsgroepen, maar op ideologische gronden. Waarbij men expliciet op zoek gaat naar academici met een rechtser of conservatiever profiel. Dan zijn dan de mensen die de boel een beetje uitdagen en hun collega’s scherp houden. Ook voor studenten zou het goed zijn als rechtse studenten de ‘linksere’ vakken opzoeken en vice versa.

Er zijn trouwens ook mensen die floreren in een omgeving waarin ze vaak met conflict geconfronteerd worden. Ik word nogal snel ambetant als ik rond een tafel zit waaraan iedereen het altijd maar roerend met elkaar eens is. ‘Het is toch erg hé, dienen Trump’ en iedereen knikt, ken je het? Nu: ik vind Trump ook erg, maar dat betekent niet dat ik niet liever praat met iemand die iets anders over Trump te zeggen heeft dan wat ik al weet of vind.         

De aanstelling van ‘rassenrealist’ Nathan Cofnas zorgde voor beroering aan uw alma mater. Zijn onderzoek zou slechts een schaamlapje zijn voor racistische propaganda. U verdedigt maximaal de academische vrijheid. Maar waar ligt de grens?

Iemand die aan een universiteit verbonden is, moet beoordeeld worden aan de hand van waar en wanneer hij iets zegt. Hopelijk zijn we het er allemaal over eens dat oproepen tot geweld en de verheerlijking van terreur niet enkel de grens van de academische vrijheid moet zijn, maar ook die van de vrije meningsuiting. Maar verder ben ik een maximalist, en vind ik dat een academicus als privépersoon mag denken en zeggen wat hij wil. Ook als dat zaken zijn die niet wetenschappelijk verantwoord zijn.

Nu, dat verandert wanneer de academicus aan het werk is. Iemand die in homeopathie gelooft of in creationisme, kan ook een universitaire functie hebben, maar kan dat tijdens zijn lessen niet verkondigen als wetenschappelijk feit. Wat een docent in zijn les brengt, moet de beste stand van zaken van de wetenschap en het academisch onderzoek zijn. Daarvoor zijn we het strengst. Voor het lopend onderzoek van de academicus gelden soepeler regels, aangezien onderzoek impliceert dat zaken onderzocht worden waarover nog niet alles gekend is. Zolang dat volgens de regels van de kunst verloopt, moet dat kunnen. Een onderzoek naar homeopathie? Moet kunnen. De grootste vrijheid geldt voor wat je als privépersoon zegt buiten je onderwijs en onderzoek. In die categorie vallen de Substack-posts van Cofnas.