Overijverige zelfkritiek kan onze beschaving te gronde richten

[Interview in HP/De Tijd door Marieke Sjerps. Lees het hele interview hier gratis.]

In zijn boek Het verraad aan de verlichting beschrijft de Vlaamse filosoof Maarten Boudry (1984) hoe de idealen van de verlichting — waar de westerse samenleving voor een belangrijk deel op gestoeld is — door progressieven zijn verkwanseld. Geloof in de toekomst en zorgen voor meer welvaart voor iedereen, maakten plaats voor doemdenken en cynisme. Vrij ideeën uitwisselen kan bijna niet meer. Zelfhaat voert de boventoon in het Westen, en die kan onze ondergang worden, stelt Boudry. Hoog tijd voor een nieuwe vooruitgangsbeweging, vindt hij.

Boudry krijgt veel positieve reacties, maar met zijn boodschap trapt hij blijkbaar ook op tenen. Het Vlaamse dagblad De Standaard kopte: ‘Filosoof Maarten Boudry hakt met de botte bijl in op vermeende progressieven’ en gaf zijn boek één ster (17-05-25). Boudry reageerde spottend op X: ‘Deze 1 ster-recensie in De Standaard draag ik met trots als ereteken en kwaliteitslabel. De Standaard is dan ook een van de ergste exponenten van zowat alle “progressieve” dwaalsporen die ik in mijn boek door de mangel haal. Twee sterren of meer? Dát zou pas verdacht zijn.’

Het Verraad aan de verlichting

Ook recensent Joost de Vries in de Volkskrant had weinig goeds voor de Vlaming over: ‘Met een zogenaamd ‘progressieve’ denker als Maarten Boudry heb je geen conservatieven meer nodig’. De Vries noemde hem dan ook ‘kneiterrechts’ (08-05-25). Dat Boudry in zijn boek ook uitgebreid de Joden en het optreden van Israël verdedigt, draagt mogelijk bij aan argusogen. Kortom, de toon is gezet.

Bent u zo kneiterrechts als de Volkskrant schrijft? In eerdere artikelen staat dat u vroeger regressief-links was.

“Ik heb een liberaal-christelijke, ethisch bewuste opvoeding meegekregen. Als kind snuffelde ik veel in bladen van Greenpeace, de vredesbeweging en het Wereldnatuurfonds, waar mijn ouders lid van waren. Na 9/11 (2001), ik was toen 17 jaar, was ik heel fel over de Verenigde Staten en de oorlog in Irak. Dat mensen bevreesd waren voor de uitwassen van de islam vond ik belachelijk. Ik was zelfs fan van Dyab Abou Jahjah, de oprichter en voorman van de Arabisch-Europese Liga (AEL), die op een assertieve manier burgerrechten opeiste. Hij beschuldigde de autochtone bevolking van racisme en islamofobie. Ik vond het geweldig dat de ‘bange blanke man’ eens een lesje werd geleerd. Die vond ik slecht, bang, racistisch, en xenofoob.”

“In die tijd verstrekte dagblad De Morgen de Koran aan haar lezers, fantastisch vond ik dat. Ik was dus erg links en blind voor de problemen die de islam met zich meebrengt. Migranten waren in mijn ogen slachtoffers die niets verkeerd konden doen.”

Op een gegeven moment zijn uw denkbeelden gekanteld. Waardoor gebeurde dat?

“Ik was ongeveer 20 jaar toen ik boeken ging lezen van filosofen als Herman Philipse en Paul Cliteur en ook bijvoorbeeld van Ayaan Hirsi Ali. Aanvankelijk vond ik haar de boosdoener, omdat ze haar eigen gemeenschap had verraden, maar dat beeld moest ik bijstellen. Ook raakte ik geïnspireerd door de moraalfilosoof en scepticus Etienne Vermeersch (1934-20-19 , red.), een zeer consequent progressief. Hij haalde hard uit naar extreemrechts en naar het christendom, maar toonde ook aan dat de islam tegenwoordig veel problematischer is dan het christendom. Bijvoorbeeld in de discussie die hij op televisie had met Abou Jahjah over IS en de terroristische aanslagen in Europa (2015, zie YouTube, red.).”

“Ondertussen werd ik er steeds baloriger van dat deelnemers aan het maatschappelijk debat alleen serieus genomen werden als ze lieten zien dat ze links waren. Luister naar argumenten en ga daarop in, vond ik. Die hele links-rechts-tegenstelling — zucht. Voor mijn boek ben ik nog meer gaan nadenken over de betekenis van progressief en conservatief.”

Vasthouden aan die termen maakt debatten vaak directief.

“Wie iets negatiefs zegt over de islam, wordt meteen in een rechts kamp geduwd. Ik zou kneiterrechts zijn, omdat ik tegen heilige huisjes schop. Terwijl ik opkom voor vrijheid en emancipatie, voor secularisme en tegen religie, dus feitelijk ben ik de echte progressief. Iemand die tegen groei is en zelfs voor degrowth, heeft juist een conservatief standpunt.”

[Lees de rest van het interview gratis op Reporters Online]