Ik was verrast dat mijn naam viel in het interview met Erwin Mortier in De Morgen dit weekend:

“Ik treed niet meer in discussie met de Maarten Boudry’s van deze wereld. Die jongens blijven permanent te kort voor hun eigen lange broek. Ik besef dat ik hun dogmatisme er nooit zal uitkrijgen. Ik ga daar mijn dure tijd niet meer aan verspillen.”
De dubbele “niet meer” is wel jolig: Tenzij ik aan ernstige amnesie lijd, heb ik nog nooit een debat gevoerd met Erwin Mortier, noch op een podium, noch in de pers, noch op café. Enkel in Mortiers levendige fantasie blijkbaar. Wie zo hoog van de toren blaast, moet toch één keer in debat durven. Bij deze daag ik hem uit. Als een organisator dit kan regelen, doe ik het met plezier en gratis, of voor een goed doel naar keuze. Of besteedt Mortier zijn “dure tijd” liever aan hautain sneren?
Mogelijk is Erwin Mortier nog steeds verbolgen over de kritiek in mijn boek Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat: een volkomen voorspelbare jeremiade over ons “bang-blank Vlaanderen” zoals je die elk jaar rond kersttijd kan lezen van één of andere Grote Literator.
Update: dit was ik al vergeten. Tien jaar geleden al kortsloot Erwin Morteir elke mogelijke discussie, door me preventief te blokkeren op Twitter (zonder dat we ooit een interactie hadden).